Dat de dingen soms anders uitpakken, dan je ze had verwacht, dat weten we wel. En toch komt het telkens weer als een verrassing.
Neem nou onze tuinbonen. We zaaien ze op verschillende plaatsen. Ze komen heel verschillend op en staan er soms heel slecht bij. En bovendien gaat het ook nog eens heel verschrikkelijk hard regenen, zodat bijna het hele gewas plat op de grond ligt. Dan zou je toch denken, dat de slechte het slecht blijven doen, en dat de goede goed gaan. Maar nee. De slechte staan nu vol in de bonen en de goede heb ik maar opgeruimd, want er was geen boon te bekennen. Hoe kan dat? Dit stemt tot nadenken... Zou je tuinbonen flink op hun donder moeten geven om gezond en wel op te kunnen groeien? Of ligt het toch wat subtieler?
Wij kopen onze zaaibonen elk jaar bij de fouragehandel. Ze staan in grote zakken en worden per liter of kilo verkocht. Iedereen zaait bonen, dus ze zijn vrij snel op. Een enkele schep is genoeg voor ons. Tuinbonen en erwten zaai je in de winter. Het heeft geen zin om ze in het voorjaar te zaaien, omdat ze al vroeg in het jaar worden overmeesterd door luizen.
Ik zaaide ook dit jaar weer tuinbonen beneden in het dal achter het huis, in het ommuurde bloembed, dat Hendrik heeft gemaakt. Daar omheen was een hek nodig om de kat te ontmoedigen. En aan de noordzijde ging er een doek omheen, om de wind tegen te houden.
Ook zaaide ik tuinbonen in potten, die ik in de beschutting voor het huis heb gezet. Lekker in het zonnetje.
We willen er een kweekbak maken met daarop wat ruiters. Ook hieromheen hebben we wat doek geïmproviseerd, om de kat buiten het hek te houden.
Inmiddels hadden we een schaduwdoek opgehangen om het overige zaaigoed te beschermen tegen de felle zon. Want die schijnt ook flink, tussen de buien door. Ook kan je plastic potten niet goed in de zon laten staan, omdat ze dan heet worden. De grond er in wordt heet. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de plant.
Dat tuinbonen niet veel nodig hebben wisten we eigenlijk al. En nu blijkt wat precies. Ze hebben genoeg aan wat rode Portugese aarde, wat oude compost, voldoende zonlicht en onder de voeten vooral veel ruimte. Het is een plant met een wortelgestel dat snel uitdijt. Daarbij is het een vlinderbloemige, die wortelknolletjes maakt, die stikstof in de grond brengen. Dat hele wortelgestel heeft het in een pot al gauw benauwd. Het doet me denken aan een gevangene, die uit wil breken. Er gaat elke dag een sloot water bij, want dat is al gauw op. Dit alles bij elkaar maakt het dat de plant wel groeit maar geen bonen maakt. De natuur is slim. Als je het idee hebt, dat je je soort niet kan voortplanten, maak je geen kinderen. Wat dat betreft kunnen wij daar nog wat van leren.
Als een tuinboon plant in de volle grond staat vindt hij altijd wel ergens water. Als het zich niet aan de oppervlakte bevindt, dat vindt hij het wel in diepere lagen. Hij heeft aan zon en regen genoeg. Storm en wind lijkt zijn groei in toom te houden. Want weerstand doet vechten om te overleven. En wat kan een plant het beste doen, wanneer hij wil overleven? Juist, nakomelingen maken... bonen.
Het was niet de bedoeling, maar dit is een leuke vergelijkende proef geworden. In het vervolg kweek ik mijn tuinbonen niet meer in potten. En ik beschut ze ook niet meer tegen de elementen, met schaduwdoeken en een stil en windvrij hoekje. Bonen willen de zon zien en met de voeten in de vrije grond staan, met de kop in de wind. Ik kan me daar wel wat bij voorstellen.
Iets dergelijks heb ik ooit ook eens met kool meegemaakt. Een kool wil ook meer aarde zien, dan het in een pot beschikbaar heeft. Het verplanten van een armzalig bestaan in een pot, naar de volle grond in het dal achter het huis, bleek een verademing te zijn. Het waren net koeien, die in het voorjaar in de wei worden gelaten. Als koolplanten konden springen, dan hadden ze het gedaan. Wat ze wel konden was opbloeien, donker groen worden en een pracht van een kool maken. En dat gebeurde.
Nu was het wel zo, dat de kolen in de tuin beneden meer werden belaagd door vlinders. Een ei was gauw gelegd. Maar door ze tijdens de overgang van armzalige kool naar gezonde kool goed te controleren op rupsen, was het leed gauw geleden. Een gezonde kool schijnt lang niet zo lekker te zijn, voor een rups, dan een armzalige kool. Het leven is hard.
Zo zie je maar weer, dat je moet verzorgen wat ziek is en moet vrij laten wat gezond en sterk is. Zo zie je ook dat je ziek kan maken wat gezond is, door het onnodig te beschermen. Aan ons de taak om uit te vogelen wat ziek of gezond is. En om het moeilijk te maken, zijn ziek en gezond relatieve begrippen. Want wat ziek lijkt kan erg gezond zijn en wat gezond lijkt kan bezwijken onder zijn eigen welvaart.
Om met wijlen Dr. William Albrecht te spreken: "You have to have a vision. Unless you do, nature will never reveal herself." Ofwel: Je moet een visie hebben. Indien niet, dan zal de natuur zich nooit aan je openbaren.
Ik heb gemerkt, dat je een visie kan krijgen door te kijken en de dingen in je op te nemen, door te proberen te begrijpen wat er gebeurt. Soms lukt dat. En op die manier verzamel je ook nog eens een boel kennis.
*
Nog een laatste opmerking, niet onbelangrijk: Ooit zaaiden we tuinboon-zaden, die we een seizoen eerder uit eigen tuin hadden geoogst. Eigen zaad dus. We kweekten mooie planten, met daaraan ook mooie bloemen... maar geen tuinbonen. Onze conclusie was toen, dat de planten waarvan we het zaad hadden geoogst, hybride moesten zijn geweest.
Hier echter kwamen de zaden allemaal uit één grote ton, waaruit iedereen zijn zaden haalde. Dus...
*
Stella.
April 2016.
Uiteindelijk hebben we het toch geleerd... Mooie gezonde tuinbonen kweken we op onze kleiachtige grond, met daarbij een kruiwagen oude afgedragen compost uit een vorige teelt in potten. Gezaaid in de laatste week van november, 20 cm. op de rij en minimaal 60 cm. tussen de rijen. In februari staan ze al behoorlijk hoog, lekker met de kop in wind. In maart willen we ze toppen, maar het lijkt niet echt nodig, omdat er bijna geen luizen zijn te bekennen. In april zijn ze groot genoeg om geplukt te worden. Omdat het vrij vaak heeft geregend hoefden we ze maar een paar keer water te geven. Ook was het niet zo warm, dat we een schaduwdoek nodig hadden. Dus de omstandigheden waren ook gunstig...
Mei 2016.
*
Stella.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten