.

.

vrijdag 16 april 2021

Hendrik aan het woord, over org-stof en zijn blog.

     Nanette Winnubs.

šŸŒ±COMPOSTBOERDERIJ
HENDRIK AAN HET WOORD
Over org-stof en zijn blog.
Sinds het begin van dit avontuur, heb ik een bijzonder contact met Hendrik. Dagelijks reflecteert hij als een raadsheer aan mijn zijde, op wat hij ziet gebeuren in ons proces en geeft daar zijn eigen-wijze visie over. Vanuit zijn overvloedige kennis en levenservaring, verrijkt hij bij voorkeur vanaf de zijlijn onze voedingsbodem. Vandaag verwijs ik graag naar zijn blog die hij door de jaren heen samen met zijn vrouw Stella heeft geschreven. Een enorme bron van interessante informatie. Dat het jullie mag inspireren. Hierbij eerst een van onze recente conversaties:
šŸ€
"Onder het lopen kwam me een vergelijking voor, om duidelijk te maken wat organische stof betekent voor het kweken van voedsel. Ik dacht eerst aan het begrip bloed, maar dat heeft een functie van transport, en dat doet org-stof niet.
Ik kwam toen op de gedachte dat het dichtbij in je buurt moet liggen, om het te begrijpen, ik kwam toen op het begrip ''zinsbouw''. Immers, als je Ć©Ć©n of twee woorden verwisseld, denkt de lezer waar heeft ze het over?
Dus org-stof is gelijk aan zinsbouw. Is het niet aanwezig dan groeit er niets, en dat probeerden wij duidelijk te maken, o.a. in het blog, met veel verhaal en foto's en soms films. De permacultuur begint van de andere kant, met veel droomachtige voorbeelden en veel theorie. Ik denk dat het heeft samengehangen met het verschijnen van het boek''De Hobbit''. Vooral de film geeft een uniek, en heeft een ''uniek gevoel'' van buitenleven, in de natuur en weg van de samenleving.
De permacultuur geeft dus aan waar het heen zou moeten, maar geeft niet practice aan, hoe je echt moet beginnen. En dat is zoveel mogelijk org-stof vergaren, en dan nĆ” compostering, de grond zo verbeteren, dat het org-stof op peil komt, dat er voor planten te leven valt, buiten de schaduw, de zon en water om.
Zinsbouw doe je op gevoel, daar is geen regel voor te vinden. Dat gevoel is van jongs af aan opgebouwd door je omgeving, maar ook door je scholing.
Het zou fijn zijn om de scholing voor org-stof in de groep op te bouwen. Je kunt het zien, als de planten frank en vrij er heerlijk stralend bij staan, zonder ziekten zijn, en een afweer hebben tegen plagen en ongedierte. Maar dat is pas als de org-stof is opgebouwd. En daarvoor is weer een traject nodig. Als we over hummus praten in dat inclusief wortels van de dode planten, compost en wat er allemaal nog meer in zit. Maar een intuĆÆtie opbouwen zou een onderdeel van het groepsgebeuren kunnen zijn. Ik denk dat dat eigenlijk de bedoeling is van permacultuur ,je volledig bewust maken van alles wat in de bodem leeft, wat er boven leeft, hoe je daarmee omgaat, en hoe je daarmee dan weer omgaat.
In onze blog praten wij over organische stof, over koolstof, en dat staat gelijk aan hummus. Het is het voedsel voor bacteriƫn, en die halen er hun energie uit om weer mineralen af te breken, en die mineralen zitten dus weer in steenstof- of grond. Grond is steenstof. In N.L. is alleen klei= steenstof in de vorm van klei plaatsjes, die aangeslibd zijn door de zee, of door de rivier."
šŸ€
Mochten jullie vragen hebben, dan kan dat via downtoearthportugal@outlook.com. Dan filtert Nanette de berichten zodat het niet te belastend voor me is. Ik sta jullie graag terzijde, maar ben inmiddels de 80 gepasseerd en geniet van de stilte en de natuur.
Dank jullie voor jullie interesse en begrip. Ik wens jullie veel inspiratie & leesplezier.
Hendrik
Jij en 12 anderen
2 opmerkingen
Leuk
Opmerking plaatsen

vrijdag 26 maart 2021

De vaccinatie.

Ik was al een beetje vroeger van huis gegaan, maar toen ik aankwam, stond er al een groep mensen van 50 meter lang en 5 mensen breed, dus ik was niet de enige die gevaccineerd moest worden, dacht ik, toen ik aankwam. Ik sloot mij netjes in de rij aan, en keek eens om me heen. Er stonden v.n.l. vrouwen in de rij voor me, en een enkel man, allemaal met een masker op. De vrouwen hadden allemaal broeken aan, maar geen make up, zoals je bij buitenlanders wel vaak ziet,(die proberen zich nog te verbergen) maar Portugezen hebben niets te verbergen, ze zijn wie ze zijn, en komen daar rondborstig voor uit. Ik stond dus in de rij, en er kwamen steeds nieuwe mensen bij, die zich dan ook weer aansloten. Maar er gebeurde toch wel wat, want om mij heen, hield men afstand. Er was een ruime cirkel om me heen, want ik hoorde er niet bij, ik was duidelijk niet een van de hunne. Ik ben daar ook wel aangewend, want ik voel me ook niet een van de hunne, en dat hoort ook zo, want ik wil ook niet in een dorp wonen. Ik wil buiten wonen, en niet veel mensen ontmoeten, alleen genoeg om mee om te gaan.

Dan opeens komt er iemand aan, een vrouw, en die sommeerde de hele groep afstand te houden, 1.50 m, zoals dat hoort, bij covit19. Maar plotseling ontdekte de vrouw een bekende in de rij, en ze vielen elkaar in de armen, met masker en al, tot ze allebei ontdekte dat dat helemaal niet mocht, met covit19, en de hele rij om me heen barste in lachen uit, er was dus duidelijk nog wel gevoel voor humor, bij de mensen. Ze lieten elkaar vlug weer los, en barsten uit in een, voor mij dan, gesnater, in het Portugees, wat ik niet ken.
Zoetjes aan schuifelden we vooruit in de rij, tot ik dan ook naar binnen mocht, in het gebouw wat er voor bedoeld was. Binnen werd ik direct door verwezen naar een andere afdeling, want ik had in de verkeerde rij gestaan. In mijn onschuld was ik in een rij mensen beland, die kwamen om getest te worden op covit19. Zij hadden ook een ander papier in hun handen, dan ik bij mij had. Ik had dat wel gezien, maar ik dacht dat ze uit een ander dorp of streek kwamen, dus met een ander papier. 

Toen wij hier 10 jaar geleden kwamen wonen, zijn we direct ingeschreven bij het ziekenfonds dat er bestaat voor alle Portugezen. 
Mijn familie dokter had me gevraagd of ik tegen covit19 wilde gevaccineerd worden, en ja, dat wilde ik wel. Ik woon hier nu meer dan een jaar alleen op de boerderij, en als ik mensen ontmoet, heb ik daar moeite mee. Ik leef in zo'n totale stilte, en zie zo weinig mensen, dat ik het gevoel krijg van een ''onbewoond eiland syndroom''.
Ik kwam laatst een stel wandelaars op mijn wandeling tegen, die waren op zoek naar een ruĆÆne met land, om te kopen, en tijdens het gesprek (in het Engels) kwam ik tot ontdekking dat ik helemaal niet gewend was om, met mensen te spreken. Zo weinig praat ik nog met mensen. Dus, om mensen te ontmoeten, en vooral om ze gewoon een hand te geven, en contact te hebben dacht ik, ik wil gevaccineerd worden. En zo werd ik dus uitgenodigd door mijn familie dokter. (Die Engelsen hebben trouwens geen ruĆÆne kunnen vinden).

Ik werd opgepikt door een Engels sprekende dame, die zij dat ik toch ook getest moest worden, maar in de teststraat zeiden ze, dat ik dat niet hoefde. Dus weer terug naar de dame, en die begeleide mij naar mijn eigen familie dokter, maar door het dragen van het masker herken je mensen nog nauwelijks, maar er sprong toch een vonk van herkenning over, (we hadden de laatste dagen veel contact gehad via internet), en het gesprek kwam op gang. Hoe het gaat enz.
Ik kreeg een kaartje, met de datum van de eerste vaccinatie, en de tweede vaccinatie, zag ik later. Van de begeleidende dame kreeg ik ook een nieuw masker, en ik werd doorgeleid naar de eigenlijke vaccinatie. 
Alles gebeurde als in een film. Ik was nog bezig het kaartje op te bergen in een vakje, van de portemonnee, mijn bril was beslagen van het nieuwe masker, ik was mijn jasje aan het uittrekken, voor de spuit in mijn arm, maar ik zag heel weinig. Mijn jasje was uit, ik voelde de spuit in mijn arm komen, voelde geen pijn, voelde de inhoud van de spuit in mijn arm terecht komen, deed ook geen pijn, en spuit er weer uitgaan, wat ook geen pijn deed. Ik kreeg de pleister op mijn arm, en werd weer verder geleid naar weer een andere dame, ook met een masker op, en daar kreeg ik te horen dat ik op een stoel mocht wachten, of er ook wat met mijn lichaam gebeurde. Er zaten ook andere mensen. Blijkbaar was ik tussen de oudjes beland. En dan zie je echt het verleden. Ze zijn allemaal klein, de mannen vaak rond en buikig, de vrouwen gebogen maar veel kleiner dan de mannen. Ik steek daar met mijn 183 cm boven uit, ik voelde me ook veel jonger dan ik echt ben. Die mensen hebben nog gewerkt hele dagen lang, van s' morgens vroeg tot s' avonds laat, soms 60 Ć” 70 uur per week. Toen ik begon in Nederland, was het nog 45 uur per week...........:). 

Na een half uur mocht ik weer weg, en toen zag ik hoe ik eigenlijk binnen had moeten komen, maar ja, ik ken de taal niet, ik heb geen contact, en ik ken het dorp eigenlijk ook niet, omdat we buiten wilden wonen. Je hoort niet van anderen wat er allemaal gebeurd, en dan sluit je aan in de rij, waarvan je denkt dat het de goede is. Maar ik heb mijn covit19 vaccinatie, en ik ben weer een beetje wijzer geworden.

Hendrik. 

maandag 15 maart 2021

Het haalgebied en de opbrengst.

De functie van een haalgebied is gelegen in het feit, dat ergens het materiaal, de droge stof dus in de vorm van koolstof aan de aarde moet worden teruggegeven.

BacteriĆ«n hebben dat nodig als energievorm om van te kunnen leven. Daarnaast hebben ook bacteriĆ«n mineralen nodig, voor hun opbouw. Als bacteriĆ«n komen te sterven, komen die mineralen weer vrij voor de opbouw van de planten. Omdat een tuin nu eenmaal niet tot de natuur behoort, vraag een tuin vele malen meer organische stof, dan dat zou gebeuren bij een normale plantengroei, in de natuur. Als voorbeeld; gras groeit tot aan het moment dat het in het zaad schiet, van groen naar bloei, naar zaad en dan sterven in de vorm van hooi op stam. Dan pas keert het gras weer terug naar de grond, en voorziet de grond weer van organische stof. Dit alles gebeurt omdat de zon licht geeft, en de plant uit de lucht CO2 opneemt, en daarnaast ook nog stikstof, wat ook in de lucht zit. Wat ze vooral in de nacht terug geeft is zuurstof.
Omdat een tuin niet hetzelfde is als de natuur, moeten we dus organische stof van een andere plek weghalen, om de tuin te voorzien van voldoende organische stof, om de bacteriegroei te bevorderen, omdat tuinplanten meer van de grond vragen dan planten in de vrije natuur. (Tuinplanten zijn veredelde natuur planten. D.w.z. dat ze vooral meer mineralen nodig hebben om tot een voedselproduct te komen). Het gaat dan niet om meer N.P.K. want dat brengt de plant alleen maar in verwarring en het gevolg is een eenzijdige groei, met veel plant en weinig smaak. De mineralen geven de smaak aan de plant, en nitraat, fosfaat en kali geven een plant meer groei maar minder smaak. Er bestaan ongeveer 47 mineralen, en het getal schuift steeds verder op als de metingen, door de techniek, ook verfijnder worden.

Haal gebied opbrengst.
Vorig Jaar heb ik minder hooi geoogst dan de jaren ervoor. Direct 5 jaar geleden zat ik op 11 a 12 m3 hooi, van 600 m2. Zat ik nog 2 jaar geleden op 11 m3, vorig jaar 2020, 4 m3, en na broei 2 m3. Misschien komt het doordat er minder regen is gevallen, maar de opbrengst liep terug. Komt het door de mindere regenval, of komt het doordat de organische stof toch terugloopt. 
Doordat ook het organische stofgehalte van de grond kan teruglopen, omdat er geen ploegen, (omkering), van de grond plaatsvindt, waardoor er geen bodem activiteit is. (Gebrek aan zuurstof). En, omdat er ook geen toevoer van organische stof is,( het is een haal gebied), werd de totale opbrengst opvallend weinig. 
Ging ik eerst er nog vanuit dat de zon de hoeveelheid licht leverde, die nodig is om de opbrengst te garanderen, (die is niet veranderd hier in de Alentejo), krijgt ik toch het idee dan ik het in de bodemactiviteit moet zoeken. 
Het volgende vond ik op internet:

Aanvankelijk maakten boeren in de Middeleeuwen gebruik van het tweeslagstelsel. Deze methode van grondbewerking hield in dat een agrariĆ«r zijn grond in tweeĆ«n splitste. Om Beurten lag de helft van de grond braak en werd de andere helft gebruikt voor met name de verbouw van graan. Elk jaar circuleerde het grondgebruik: het jaar erop werd de braakliggende grond ingezaaid. Het gaat hier met name om landbouwgrond, dus niet om tuinbouw, waardoor met name voedingsproducten als graan en knollen als het gewas werd gezien. 

Overgang naar het drieslagstelsel

In de vroege Middeleeuwen, omstreeks 750, kwam een nieuwe grondbewerkings methode binnen de landbouw op: het drieslagstelsel.

In de 9e eeuw ontstond de gewoonte om periodiek grond braak te laten liggen: graan zaaien vond niet plaats in het laatste jaar van een driejarige cyclus. Braak liggen kreeg een meer passieve betekenis en de term breidde zich uit van het breken zelf naar het "gebroken laten liggen". Hieruit is de tegenwoordige, iets ruimere betekenis van braakliggend ontstaan.Met name Karel de Grote propageerde dit nieuwe bewerkingssysteem, dat daarna met name is toegepast in het huidige (Noord-)West-Europa, in delen van Frankrijk, Vlaanderen, Nederland, Duitse gebieden en Engeland.

Daarna kwam het vierslagstelsel in gebruik, dus  rapen, klaver, wortelgewassen en grassen..., De term braak stamt uit de landbouw-praktijk. Onder het braak laten liggen van grond verstond men oorspronkelijk dat men de grond gedurende enige tijd onbezaaid liet, maar wel actief bewerkte. Gedurende deze braakperiode van doorgaans Ć©Ć©n jaar werd het bouwland een aantal malen geploegd ('gebroken') en geĆ«gd. Een dergelijke behandeling werd nodig geacht omdat bodemkundige processen en de wortelgroei van de vegetatie de grond te veel hadden verdicht. Het breken van de toplaag, deze 'braak', was een zwaar en intensief karwei wat tot doel had de grond losser te maken. Zo werd de mineralisatie gestimuleerd en daarmee de vruchtbaarheid van de grond verhoogd. Ook hoopte men zo het onkruid te bestrijden

Om terug te komen op mijn stukje haalgebied, de opbrengst liep dus terug en ik vroeg mij af of dat kwam door gebrek aan organische stof, regen, mest wilde ik niet gebruiken, want in de natuur vind dat ook niet plaats, of moest ik toch in actie komen, door de grond om te zetten, ploegen of spitten dus, of was er toch een andere manier om het probleem op te lossen.
Ik ben toch uitgekomen op de keus van het vierslagstelsel, dus de grond omzetten, er verschillende gewassen in te telen, het braak liggen, als moment in het totaal, en de grond te gebruiken als haalbebied. Boeren hadden dat al vroeg door, en wil je geen mest gebruiken, omdat je geen dieren wilt houden en vlees eten, dan is braakliggend, dus de grond laten herstellen van belasting die een gewas met zich meedraagt, de enig oplossing. De grond wordt dan wel omgezet, en krijgt daardoor meer zuurstof, om de processen die in de grond moeten plaatsvinden, wil zij vruchtbaar blijven met zich mee, maar er worden dan geen grote oogsten van verwacht. De hooi die er dan van gewonnen wordt, wordt gebruikt voor compost voor de tuin. Dit kan alleen als er meerdere gewassen worden geteeld en er een dorp van afhankelijk is, gezien de arbeid.
Het is dus ook een kwestie van arbeid en tijd om daartoe te komen. Het is ook mogelijk om steeds een ander stuk grond te kiezen, om het haalgebied als onderdeel van een totaal, te zien. Dit betekent dat je goeie afspraken moet maken met de pastor (herder) die de schapen inzet om het gebied kaal te houden, en steeds om de drie Ć” vier jaar van terrein te moeten wisselen. Optimaal zou zijn het vierslagstelsel toe te passen, dus Erwten en bonen-graan-gras-braak, en dan opnieuw. De groente komt dan uit de tuin, het gras wordt gecomposteerd- vĆ³Ć³r de tuin. En de bonen en erwten bij de groenten, en graan als pap of brood
Dan hebben we nog het ''no digging'', wat inhoud dat de grond helemaal niet meer omgezet wordt, en er alleen maar een strooisel laag van organisch materiaal op de bodem wordt gelegd. Dit kan wel in een tuin, maar niet in de landbouw, en dan heb ik nog mijn twijfels of er dan wel genoeg zuurstof in de bodem komt, als je helemaal de grond niet omzet. Dat zou dan door wormen moeten omgezet worden, maar hier in Portugal gaan wormen niet van boven naar beneden, maar blijven horizontaal op dezelfde diepte. Die wormen eten voornamelijk grond met daarin bacteriĆ«n. Ze maken de grond in potten slijmerig en plakkerig, is mijn ervaring. Maar laten we aannemen dat ze, door grond en bacteriĆ«n te eten, de grond verrijken, dan zou je in principe, de wormenaarde als bemesting moet zien.(Dat is wel dierlijk, dan toch). 
Wat ook kan is het erwten en bonenstro, samen met het stro van graan, en de fecaliĆ«n van mensen, plus het afval van de tuin (wat ziekte dragend kan zijn) te composteren. 
Het boek  van F.H.King, Vierduizend jaar kringlooplandbouw, gaat hier diep op in. Hij observeerde in China daar de landbouw, in zijn tijd, en op dat moment. Alles werd maar gebruikt om de opbrengsten van kleine stukjes land, te verhogen. Van slootafval tot en met de poep (fecaliĆ«n dus). En China kon zichzelf voorzien van voedsel in die tijd. Dat is ook het uitgangspunt van dit verhaal. Jezelf voorzien van voedsel, en niet afhankelijk te zijn van industrieel voedsel.
Ik sta dus voor de keus om in het najaar, vlak voor de winter komt, dus de regen en de kou, het haalgebied (600 m2) om te gaan spitten, de zode met de wortels onder, op z'n Hollands dus. Of de boel de boel te laten, en het uit te zingen. Ik ga mij beraden!

Hendrik.

vrijdag 5 februari 2021

Een verhaal van Stella, voor dat ze stierf. In memorie dus.

Deel 1.


Dit zijn opa, Rob, en oma, Marie. Ze wonen samen op een bergje. Het bergje is hun avontuur. Daar beleven ze alle gewone en rare dingen, die je op een bergje kan beleven. Er is veel gras, er zijn veel bomen, er zijn allerlei dieren en er is een rivier.

Opa en Oma komen uit de stad. Een stad met veel huizen, straten en mensen. Een stad waar je de zee kan zien als je naar het noorden kijkt en waar het 's winters 10 graden vriest.
Op een dag zei opa: 'Laten we op avontuur gaan'.
Dat vond oma een goed idee. Ze was wel toe aan een verzetje. Dus namen ze de auto en gingen er op uit. Ze reden tot ze niet verder konden. 
Tot waar het land ophoud. Waar je de zee kunt zien, als je naar het zuiden kijkt en waar de sinaasappels aan de bomen groeien. Daar vonden ze een klein huis op een bergje. 'Dit is een mooi klein huis,'zei oma.'Het is groot genoeg voor ons. Dit huis gaan we huren.'
'Als jij het zegt, dan zal het wel zo zijn,' zei opa.

En zo kwam het dat ze gingen wonen in het enige huis op een bergje. Een vierkant huis met een rood dak en witte muren. Een huis met een keuken om te koken, te eten en de afwas te doen. 
Ze maakten een slaapkamer in het huis, met een groot bed en een boekenkast met boeken. Boeken om s' avonds voor het slapengaan nog een stukje te lezen. 
En dan nog een zitkamer met met een tafel en een paar stoelen, een grote boekenkast met nog meer boekenwijsheid , vier gitaren en drie vedels met vijf strijkstokken. 
(We weten allemaal wat een gitaar is, maar wat een vedel is, dat weet niet iedereen. 
Een vedel is een strijkinstrument. Net zoiets als een viool. Maar een vedel klem je niet onder je kin. Die klem je tussen je knieĆ«n.) Het huis heeft ook nog een rommelkamertje. In dat kamertje kan oma rommelen. 
Er staat een strijkplank om opa's overhemden te strijken, een naaimachine om broeken en rokken te naaien, een schildersezel en een grote doos verf om schilderijen te schilderen, een tekenbord om tekeningen te tekenen, Ć©n er staat een grote kist met gereedschap om te klussen. 
Want oma houdt van klussen. Ze legt alle stopcontacten aan en bouwt kasten met boekenplanken. Want er komen steeds meer boeken in het huis. Waar die toch allemaal vandaan komen...?
Ook komen er steeds meer schilderijen bij. 
Alle muren in het huis hangen vol met oma's schilderijen en tekeningen. Het is een bonte boel met dieren en landschappen. En oma en opa vinden het steeds leuker worden. 
Want zo beleven ze beiden in het huis, wat ze ook buiten op het bergje beleven.

Muziek.
Opa speelt zo af en toe op Ć©Ć©n van zijn vedels en telkens neemt hij een andere strijkstok.
'De ene stok de andere niet', zegt opa altijd. 'Bij elke stemming hoort een stok. De stok praat met de vedel en met mij, als ik over de snaren strijk. Als ik moe ben dan praat de stok anders dan als ik boos ben. En dan pak ik een stok die beter praat.'
Opa speelt nog veel vaker op Ć©Ć©n van zijn gitaren. Want ergens in een ver verleden heeft hij dat op de muziekschool geleerd. Opa is ook een beetje een gitaar verzamelaar. Daarom heeft hij vier gitaren. Er is zelfs Ć©Ć©ntje bij met wel tien snaren. Dat is best veel, als je bedenkt dat een gitaar eigenlijk altijd zes snaren heeft.
Het meeste speelt opa op zijn lievelingsgitaar. Het is de gitaar waarop hij kan improviseren. Dat is spelen wat je in je hoofd hebt zitten. En daar zit soms een heleboel in. Vooral als je zo oud bent als opa. Want je hebt lang geleefd, dan heb je ook veel mee gemaakt. En alles wat je hebt meegemaakt zit dan in je hoofd.
'De ene gitaar is de andere niet,' zegt opa altijd. 'Bij elke stemming hoort een gitaar, en voor een tiensnarige gitaar wil ik graag zelf muziek schrijven. Dan kan ik me zelf erop leren spelen.'
Opa kan zelf ook goed muziek componeren. Dat kan hij, omdat hij vroeger muziektheorie heeft gestudeerd. Hij kan de muzieknoten zelf bedenken, ze opschrijven en die noten kan hij dan spelen.

http://hendrikcomposer.blogspot.pt/

De drie vedels en de tiensnarige gitaar heeft oma voor opa gebouwd. Dat is best een prestatie, als je bedenkt dat oma maar gewoon oma is.
Maar oma is altijd al heel handig geweest in dat soort dingen. Ze doet alles uit een boek en ze is heel secuur.
(Dat is als je dingen heel precies wilt doen,) Het heeft wel een jaar geduurd, voordat de eerste vedel klaar was. En daarna nog een jaar voor de volgende vedel. En nog een jaar voor de derde vedel. Daarna pas bouwde oma de tiensnarige gitaar voor opa, en ook dat heeft wel een jaar geduurd. Dus opa heeft heel wat jaren heel geduldig moeten toekijken, voordat alles eigenlijk klaar was. Dat kan opa niet zo goed, want hij wil altijd helpen. En zo af en toe kon oma ook best wel wat hulp gebruiken. Opa moest dan wat vasthouden, of de lijmklemmen aangeven. En nu moet opa nog op zijn vedels en tiensnarige gitaar leren spelen. Tja, muziek is mooi, maar je moet er wel voor studeren.

eieren.
Opa zaait bietjes in een tray. (Dat spreek je uit als tree.) Tray is een Engels woord voor een blok schuimplastic met aan de voorkant allemaal hokjes en aan de achterkant allemaal kleine gaatjes. In de hokjes doe je doe je wat potgrond en in elk hokje gaat een zaadje. De tray leg je in een schaal en dan doe je er water bij. Zo kunnen de zaadjes ontkiemen en uitgroeien tot een klein plantje. Het plantje eet alle voeding in de potgrond op en maakt er een kluit met eigen worteltjes van. Dan kan je de plantjes zo uit de tray duwen om ze te verplanten. Super slim.
Als opa's bietjes een kluitje met worteltjes hebben gemaakt, dan plant oma ze in een grote pot met grond en compost. Ze doet er elke dag een beetje water bij en met een heleboel geduld groeien er dan een heleboel grote lekkere zoete bieten uit.
Ze zeggen wel eens dat je bietjes niet niet kan verplanten. Maar opa en oma zijn eigenwijs en ze doen het toch.
'Je moet voor zorgen, dat je de worteltjes niet beschadigd,'zegt oma. 'Dat is het geheim.'

Opa kijkt naar het bietenzaadje in zijn hand en zegt: 'Eigenlijk is dit geen zaad.'Hoe bedoel je?'vraagt oma en ze kijkt niet eens verbaast. Want opa zegt wel vaker van die rare dingen. Ze is daar zo langzamerhand wel aan gewend.
'Nou,'zegt opa. 'Eigenlijk is het een ei,'
'Een ei?'
'Ja, een ei. Want kijk. In dit rimpelige schilletje zit eigenlijk al een klein plantje. Net als bij een kuiken in een ei.'
'Och ja.'Zegt oma. Ze snapt opa wel.
'Jawel,' zegt opa. 'Want om uit dit schilletje te komen heeft het plantje alleen maar warmte en vocht nodig. Verder niets. Geen extra voeding, eigenlijk niets. Alles wat een plantje nodig heeft om te ontkiemen zit al in het zaadje. Net als bij een kip die een ei uitbroedt. Snap je? Ze houd haar ei lekker warm. Alles wat het kuiken nodig heeft zit al in het ei.'
Tja...' zegt oma. 'Dat lijkt op elkaar.'
'En een ei is ook al bevrucht, als er een kuiken in groeit,' praat opa door. 'Een zaadje is ook al bevrucht, door het stuifmeel op de stamper van de bloem. Daaruit groeit het zaadje. Net als bij een bevrucht eitje.'
''Oh, wat grappig.'Giebeld oma.
'De warmte en het vocht zorgen ervoor dat het plantje uit zijn schilletje barst. Dan kruipt het kuiken-plantje uit zijn eitje. De potgrond is alleen voor later, om de wortels van het plantje voeding te geven. Maar dan is het plantje al geboren?'
'Het zaadje komt uit en wordt geboren?'
'Jawel,' zegt opa met een brede glimlach.
'We zaaien eigenlijk niet. We eieren!'
Hi hi, die opa.'

De tuin.
Op een dag, zegt oma.' Ik wil een tuin, tegen opa! 'Een echte tuin? 'Vraagt opa, met groenten en kruiden? 'Ja, 'zegt oma, en ik ga hem zelf aanleggen. Als oma dat in haar hoofd heeft, dan gebeurt het ook,'denkt opa.' Dus gaat oma aan de slag. Omdat het een bergje is, waar opa en oma op leven, gaat oma aan de slag op een helling,('dat is de zijkant van het bergje'). Ze graaft stenen uit, die in de weg liggen. Maakt de grond los, evenwijdig aan het bergje, zodat de grond niet wegspoelt als het regent. En legt stenen neer om de grond op haar plaats te houden. Oma is daar dagen mee aan het werk, en opa doet het andere werk als muren repareren, een afdak bouwen tegen de zon, voor de auto en hij doet in de avond ook de afwas, dat hoort er ook bij. Oma doet het koken, dat kan opa niet, (dat heeft hij thuis nooit geleerd) en samen zitten ze na het werk, gezellig te praten over de dingen van de dag.
Opa zegt tegen oma,' je hebt wel gelijk, met die tuin. Jij kookt, en koken is het verlengstuk van de tuin. Wat in de tuin groeit, zal gegeten worden, maar dan moet je het wel eerst koken, behalve sla dan, die kun je zo eten. Oma knikt instemmend,' ja, zo denk ik er ook over.'
Als de tuin dan klaar is, komt de zomer. En zomers zijn heet waar de sinaasappels groeien. En oma had er niet opgelet waar de winden vaak vandaan komen, opa ook niet. En op een dag ligt alle ingezaaide groenten verdroogt op de grond. Oma is bijna ontroostbaar, alles verdort, en stengels zijn geknakt door de wind. De wind komt over de rivier dan door een geul, tegen het bergje op. En die wind is heet. Alleen, dat hadden opa en oma nog niet meegemaakt, daarom had oma die plek uitgekozen om de tuin aan te leggen. 'Opa zegt tegen oma, om haar te troosten,' we gaan een nieuwe tuin aanleggen, maar aan de andere kant van ons bergje, waar die wind niet komt, dat is beter. En dan ook met groenten en kruiden, ik heb het al in mijn hoofd.'
Oma is daar blij mee, maar daar zijn geen stenen,'zegt ze, hoe moet dat dan?' Dan metsel ik ze, 'zegt opa, dat heb ik vroeger ook geleerd'.
Maar dat is niet direct klaar. Eerst stenen kopen, ophalen in de auto, en de grond gelijk maken, en soms uithakken. Maar oma is vol goede moed en wil gelijk aan de slag, zo is oma.
De stenen komen er, ook zand en cement, en ze gaan samen aan het werk. Oma doet het grondwerk, uitgraven en op een hoop gooien, dan kan opa het zeven, door een zeef. Heeft hij al gemaakt van hout en gaas. Dan worden de muren uitgezet, dwars op het bergje, en opa metselt ze. Soms zijn ze zo moe van het werk dat ze een dag rust nemen, maar niet lang, want oma wil haar tuin. Ze hebben al wel groente geteeld, maar in potten, onder een doek tegen de zon. Maar die potten staan bij het huis, en dat is niet zo handig, want ze hebben ook die ruimte nodig. Dus moet er een tuin komen.
Na een tijd is de tuin klaar. De muren gestukadoord, van binnen en van buiten, en de grond kan er in gezeefd worden. Dat doen ze weer samen, zoals ze bijna alles samen doen. Dan hebben ze uitgeregende schapenmest van de herder gekregen, en die komt er ook op. En eindelijk kan oma haar planten in de grond stoppen, die ze op de markt gekocht heeft.
In de avond zit oma verheerlijkt naar haar tuin te kijken, het was het werk wel waard, ' zegt ze, ik ben er heel blij mee, en ze omarmt opa, en geeft hem zomaar een zoen. Er kunnen nu ook kruiden in, en daar kan ik heerlijk mee koken, lekkere smaken bedenken, droomt ze verder. Daar worden we sterk van en kunnen dan al het werk doen, wat we willen. Het is wat met die oma, altijd druk, ook als ze uitrust.
Wordt vervolgt. 

Het schilderij.
Oma gaat een 'schilderij bouwen', 'dat zegt ze altijd als ze gaat schilderen', want ze weet niet altijd hoe het zal gaan. Soms weet ze het van tevoren, maar vaak ook niet, terwijl ze wel zin heeft in schilderen.
Oma weet ook vaak niet wat ze voor kleuren of kwasten gaat gebruiken.
Dat hangt allemaal af van het idee, de stemming en soms ook van de kwasten en kleuren. Elke kwast heeft zijn eigen manier van doen, en als oma hem in haar hand heeft, heeft die hand soms ook een eigen stemming en gevoel.'Zo wil ik het', merkt ze dan aan haar hand. Ze heeft ook veel kwasten, voor elke streek, voor elk vlak en voor elk onderwerp een paar kwasten. Maar nu is ze het schilderij aan het 'bouwen', ze heeft de verf al klaar staan, de kwasten ook, maar nog niet een echt idee, maar wel zin in schilderen. Ze pakt een kwast uit de pot, ze heeft hem uitgekozen om zijn vorm, doopt hem in de verf, en zet hem op het doek links onder. Geeft hem een haal naar omhoog, en doet een stap achteruit. Voor oma telt dat die penseelstreek voor haar al iets betekent. Is het de bast van een boom, van een steen, of wat zegt het haar. Ze kijkt er zwijgend naar.................., en opa, die toekijkt, wacht af. Wat zal er gaan gebeuren. Soms wordt er uitgeveegd, maar deze keer niet. Het bevalt oma. Ze gaat zelfs verder, ze gaat de penseelstreek verder uitwerken en het wordt een struik met takken, bladeren en kleine bloemen. Opa ziet het voor zijn ogen gebeuren. Na de vorm komen er ook meer kleuren in. De bladeren worden duidelijk aan de takken geschilderd, met overlopende kleuren, en de steel van ieder blad komt tussen blad en tak, alsof het vanzelf gaat. Oma gebruikt nu ook verschillende kwasten, voor elk lijntje en kleur een verschillende kwast. Maar dan, opeens, gebruikt ze toch een zelfde kwast, om een lijn uit te schilderen, blijkbaar heeft ze keus gemaakt! Opa gaat kruiden thee zetten, hij wil ook wat doen en is op weg naar de keuken.
Ze hebben gisteren de tuin gedaan, en vandaag moeten ze rusten. Maar voor oma betekent rusten toch bezig zijn, met het hoofd en met de handen, anders wordt het ''hangen'' en dat willen ze allebei niet. Dus gaat opa kruidenthee zetten, om oma te verrassen. Ze vind dat lekker, vooral de muntthee, daar kan opa haar mee plezieren.
Als opa na een poosje terug komt, met zijn twee kopjes kruidenthee, is het schilderij, wat nog niet helemaal 'gebouwd' is, al een eind op weg.
De struik staat al aan een weg, maar oma gaat nu eerst kruidenthee drinken. 'Go, wat goed van jou, dat je die thee hebt gezet,'zegt ze', ik ruik hem al duidelijk, terwijl ze de geur opsnuift, en ik heb er ook echt zin in,'zegt ze er achter aan'. Ze gaan beiden zitten en drinken hun kruidenthee met smaak op, onderwijl kijkend naar het schilderij. Heb je al een idee wat het gaat worden, ' vraagt opa? Ja,' ongeveer wel, maar het kan nog alle kanten op, zegt oma'. Ja,' zegt opa, soms is het zoeken, in je hoofd, en soms is het er maar zo.' Ze hebben daar een moeilijk woord voor, 'zegt opa', ja, dat is flow,'zegt oma.' Ik zit nu in de flow,'zegt oma, terwijl ze giegelt.' Opa glimlacht mee, en zegt,' we hebben nog een paar muren vrij, dus er is plaats voor. Misschien moet je eens iets gaan verkopen, als het te vol wordt. Aan je bewonderaar, misschien? Ja, hij wil wel, maar ik ben er nog niet aan toe, zegt oma.'
Ik geniet er nog teveel van, maar het moet wel een keer, zegt ze', geeft haar kopje aan opa, staat op en gaat weer schilderen. Ze heeft nog energie en ideeĆ«n genoeg. Na een tijdje komt opa weer terug, en zegt tegen oma. 'Wat voor mij akkoorden, samen klanken en melodieĆ«n zijn, wat zijn dat voor jou'? Oma legt haar penseel neer, draait zich om naar opa, en zegt;' je wilt dus praten'? Eh, ja,'zegt opa', en kijkt oma met twinkelende ogen, verwachtingsvol aan. Voor mij zijn akkoorden, klankkleuren, samenklanken, twee of meer kleuren, en een melodie is een lijn met een eigen beweging, gekleurd of juist niet,'zegt zij tegen opa, ik maak ook mijn eigen landschappen, ik schilder ze niet na, ik bouw ze eigenlijk op, op zo'n manier dat ze lijken op dat wat ik in mijn hoofd heb, en dan is het pas goed,' en draait zich weer om, en gaat verder schilderen'. Opa moet het daarmee doen, weet hij, en......... hij heeft er ook genoeg aan. Oma is geconcentreerd aan het schilderen geslagen, hij gaat weer zitten kijken, naar haar, met rust in het hart en geduld in het hoofd. Ze is in flow,' denk hij, ik moet haar los laten.'  

Opa en oma naar het strand.
Oma heeft gisteren gewerkt aan het schilderij, en nu wil oma naar het strand. Oma geeft altijd de richting aan, en opa volgt meestal. De tuin is nog niet klaar, er moeten nog een aantal tuinbedden komen, maar nu is het stranddag. Opa gaat rijden, en oma zit er naast om de weg aan te geven. En dat doet ze heel secuur, links en rechts en ver weg. Ze moeten helemaal naar de kust, en dan komen ze langs een heleboel boerderijen, huizen en dorpen. En vaak is er helemaal niets dan land, heuvels, dalen, bossen, en zo nu en dan kuddes met rode koeien, witte en gevlekte schapen en landerijen met kurkbomen. Om de tien jaar wordt daar dan de kurk van afgehaald, dan verkleurd de stam donker rood, of geel. En liggen ergens op een stuk land, de kurk delen opgestapeld, tot ze naar de fabriek gaan. De bomen krijgen dan nummers, van 1 tot en met 10, in het wit op de kale boom.
Maar nu eerst naar het strand. Ze hebben de keus uit een echt zandstrand, en de keus uit een strand met veel rotsen, met weinig zand. Opa vind dat laatste strand wel heel mooi. Hij zwemt meestal, en dan gaat hij tussen de rotsen zwemmen, vaak lekker onder water, en dan op zoek naar holen die onder het water staan. Daar zitten dan vaak planten in en ook vissen en schelpdieren, en dat vind opa spannend. Oma is meer gericht op de zee, op vormen en structuur (dat is als een vlak ruw of juist glad is) ze kijkt dan naar de golven, om ze later uit te kunnen schilderen, en ook naar de schepen die voorbij varen. De zee is heel groot, van Portugal naar Amerika, en in die zee zit een heleboel water. Maar oma en opa zijn er nog niet, ze zijn pas halverwege. Ze moeten eerst nog een aantal bergen over. Over slingerwegen met bochten, waar je alleen langzaam kunt rijden, want anders vlieg je uit de bocht en zo het ravijn in. En ze wilden naar het strand, en niet het ravijn in, dan hadden ze net zo goed thuis kunnen blijven, toch? 
Ze komen ook nog langs rotondes, als je daar op rijdt, links aanhouden, en daar waar je er af moet, rechts aan houden, en richting aangeven. Dat doen sommige mensen niet, dus je moet steeds opletten.
Oma droomt een beetje weg, over haar tuin, over wat ze gaat schilderen en over de zee. Ze kiest voor het strand met veel zand. Dus ze geeft aan hoe opa moet rijden. Eerst langs een dorp met veel grote windmolens, het is al vlak bij zee, dus daar staat altijd wel wind. Zoem, zoem, doet de windmolen, en na wat bochten krijgen ze de zee in zicht. Als ze bij het strand aankomen, na een lang zandpad, met stuifzand, kunnen ze de auto parkeren op verharde ruimten, aangelegd door de gemeente. Het is een strand waar veel Portugezen komen, dat kun je zien omdat ze allemaal bij elkaar staan te praten. Opa en oma nemen hun spullen mee uit de auto, handdoeken, een parasol, zwemkleding en een tas om het allemaal in te doen. Het is nog een eind lopen om ergens te zitten, waar geen andere mensen komen, en waar je toch kunt zwemmen. Achter het strand zijn rotsen en duinen, en het is vloed, dus water genoeg.
Oma heeft haar zwempak al aan en opa gaat zijn zwembroek aantrekken. Oma gaat onder de parasol zitten en liggen op haar handdoek, ze is nog moe van het aanleggen van de tuin, en het schilderen, wil rusten en naar de zee kijken. Hoe de golven steeds aan komen spoelen, over elkaar heen rollen, en dan het strand op, en weer terug naar de zee. Vooral die golven, die boven zichzelf hangen met een topje van schuim, zijn mooi om naar te kijken, vind oma. Het is een eeuwigdurende beweging, door de maankracht een bewogen beweging. Machtig en spannend om te zien. Opa gaat eerst zwemmen. Hij is vroeger badmeester geweest en heeft er wel zin in, om in het water te zijn. Zo veel mogelijk onder water, en lekker dollen met de golven. Je door de golven op het strand laten gooien, en dan weer de zee in, heerlijk vind hij dat. Als hij genoeg gezwommen heeft gaat hij bij oma op een handdoek zitten. Mooi he, die Portugezen,'zegt hij, tegen oma. Als ze zo staan te praten, lijkt het wel op een soort huwelijksmarkt,'zegt hij. 'Ja, zegt oma, daar lijkt het wel op'. Nou, dat is beter dan gaten graven in het Nederlandse strand, wat we vroeger hebben meegemaakt, zegt opa'. Dit hier, is een stuk vriendelijker, en ook gezelliger, zegt hij'. Kinderen spelen tussen de ouderen door in het water, en jongelui van een jaar of 17 tot 20 staan met elkaar te praten, ook met hun ouders er om heen. Het is een gezellige boel, daar op het strand. En er zijn ook jongeren die met een bal heen en weer staan te slaan, met een batje.
'Oma vraagt aan opa of hij nog wat wil drinken', ze zitten samen onder de parasol, want de zon is nu heet, ja, graag zegt opa', en oma reikt hem een beker koel water aan. Heb jij dat nu ook, 'vraagt opa aan oma, als je aan het schilderen bent, en je bent in een flow? Ik heb het als ik componeer, zegt opa, ik ben dan helemaal met die noten en klanken bezig, dat ik nergen anders aan kan denken. Ik heb het niet als we b.v. in de tuin bezig zijn, dan kan ik nog wel ergens anders aan denken, en tegelijk doen'. 'Ja, zegt oma, ik heb dat ook, daarom ben ik dan ook graag alleen. Ik kan me dan goed concentreren, op elke penseelstreek die ik kan, misschien, ''moet wel'', neerzetten'. Terwijl als ik de was doe, het zo'n routine is, dat ik gewoon weg kan dromen, maar dat lukt me niet als ik schilder.. Ik vind wel dat er wel erg veel schilderijen te zien zijn in galeries, waar ik niet veel mee kan. Er zit vaak geen verhaal in, het zijn vaak alleen maar lijnen of vlakken, zonder dat daar een verbinding tussen is, geen verhaal dus. Letterlijk kan iedereen het blijkbaar, kunstenaar zijn. Maar ja, met zoveel kunst is een markt gouw verzadigt. Vroeger had je Ć©Ć©n kunstenaar in de honderd jaar, nu heb je 100 kunstenaars per jaar, en het gevoel in een kunstwerk, is verdwenen Samen zitten ze nog wat door te denken over het gesprek. Als de zon begint te dalen, 'zegt oma, laten we maar naar huis gaan, ik moet nog koken ook'. Samen ruimen ze op en gaan terug naar de auto. De weg naar huis verloopt in stilte. De zee, de mensen en hun gesprek heeft hen stil gemaakt, en ze waren al moe. Morgen weer verder, 'zegt opa, lekker eten, naar bed en vroeg er weer uit. 'Ik moet eerst nog wel de tuin watergeven, zegt opa tegen oma, jij hebt nog genoeg te doen'. Als ze thuis komen, gaan ze meteen aan de slag, morgen weer een nieuwe dag en episode. 
Wordt vervolgt.

Als opa en oma 's morgens opstaan, is de zon ook al op, zit de kat zich uit te rekken op het dak, en begint het ook al op te warmen. We hadden vroeger moeten opstaan,' zegt oma tegen opa.' Ik had de wekker juist uitgezet, omdat je wat langer wilde blijven liggen, 'zegt opa, je was toch moe, glimlacht hij, en kijkt haar opgewekt aan'. We zijn niet zo jong meer, en het leven is niet alleen maar werken, vervolgt hij. Als je niet meer kunt genieten van het leven, dan is het niet best met je gesteld, filosofeert hij verder. Na alle spanning moet je ontspannen, relaxen is dat in het Engels. Je lichaam los maken van je geest, en je geest los maken van je lichaam. Kom bij me zitten, dan zal ik je los maken van alle ziele roerselen. Van je tuin, van je schilderij, van je zorgen, en je gedachten op andere paden laten lopen. Oma giegelt en gaat bij opa zitten, tegen hem aan, en slaat haar arm om hem heen. Samen zitten ze dan in de zon, en laten hun gedachten wegdwalen, heeeeeeeeeeeeeeeeeel ver weg. Zo ver dat ze na een tijd weer bewust worden van zichzelf en van de omgeving. De kat komt ook dichtbij en gaat hen kopjes geven en springt op opa schoot, zodat hij onder zijn kin kan kriebelen, dat vind de kat overheerlijk.
Ik zou eigenlijk wel weer willen gaan composteren, net als vroeger. 'Zegt hij, en gaat verder, het gebruik van uitgeregende schapenmest, voor de tuin, staat me tegen. Ik maak liever mijn eigen compost, dan weet ik wat er in zit, bij mest weet je het nooit.'' Daarnaast zit er een teveel aan stikstof in, en daarvan raken de planten uit hun evenwicht.' 'Ik dacht dat we niet over werken zouden praten, zegt oma, en kijkt opa aan.' 'Je hebt gelijk, zegt hij, maar ik zit daar al een tijdje mee.' 'Weet je wat we doen, zegt oma, ik maak daar een 'blog' van, dan schrijf ik daarover, maak foto's en films hoe je het doet, jij schrijft op 'wat' je doet, en samen maken we er iets van, wat mensen, die in dezelfde omstandigheden zitten, of willen zitten, op weg helpt om zich een weg te zoeken.'
'Maar dan moet ik eerst een haalgebied afpalen, met gaas, om de schapen buiten te houden, zegt opa, en vervolgt, ook moet ik zakken hebben om het in te doen, en een groot vat, om het nat te maken.' 'Nou, dat kan, zegt oma, er is hooi genoeg, ruimte genoeg, en tijd genoeg, je hoeft het alleen nog maar te doen.' 'Ik kan goed met de computer overweg, zegt oma, zet het op internet, en de show kan gaan draaien. Het kost niets en mensen hebben er baat bij, dus wat houd ons tegen.' , het adres is;
  

Hestel Tellus - Compost Boerderij


'Oma gaat verder, ik zet er dan ook mijn schilderijen op, jouw muziek, en een adres dat mensen ons kunnen bereiken, die dat willen. Ik doe het dan ook in het Engels en Portugees, is goed voor m'n talen, zegt ze nog.'
'Dat e mailadres zal dan wel aan de onderkant, of aan de zijkant van het blog komen te staan, ze moeten er wel even naar zoeken, maar dat geeft niet, zegt ze vrolijk.' ' Je hebt toch ook een computercursus gevolgd, Zegt opa, dus dat kun je nu mooi toepassen.' Ze krijgt er pretoogjes van, die oma. En het gebeurde, in de dagen die volgden.

Einde. 




woensdag 3 februari 2021

Hoe het begon met compostering, in een ver verleden.

 We kwamen op een boerderij te wonen, eigenlijk per ongeluk, of liever, bij geluk. We waren, Stella en ik, nog maar net getrouwd, de eerste baby opkomst, en de boerderij was naast een soort ontsnapping, ook een avontuur, op weg naar een toekomst, maar dat wisten we nog niet.

Ik had werk gevonden als badmeester in een nabijgelegen dorp, dus een inkomen was er ook, en naast het feit dat we ons moesten wennen aan het boerderijleven, moesten we ook het huis inrichten naar onze smaak, maar ook een weg vinden in de problemen die een huis, wat lang niet bewoond is, met alle ongemakken die dat geeft. Er was geen gas aansluiting, die kwam pas later (en dat in Groningen) en een pomp, voor water. (Later kregen we ook waterleiding). Het was dus een beetje afzien, want we waren anders gewend, misschien zou het nu off-grid wonen heten.

Maar we voelden ons gelukkig, en onze kinderen ook. Later gingen we tuinieren, en geiten houden, en koeien, maar achteraf bezien hadden we het bij tuinieren moeten laten. Met het tuinieren kwam het composteren mee. In de avond boekjes lezen, overdag tuinieren en verbouwen. Rudolf Steiner kwam via de boeken mee, en ook 'tuinieren zonder gif' en meer van dat soort boeken. Maar omdat ,Stella mijn vrouw, en ik veel met kunst en muziek te maken hadden gehad, kwamen we op het idee om een stichting in het leven te roepen. Stichting ter integratie van kunst, ambacht,landbouw, en samenleving. Een prachtig doel, maar daar bleef het lang bij.

Van de boerderij kwamen we in een dorp te wonen, en ik was werkloos geworden. Ik kwam in de bijstand terecht, en was dus werkeloos. Ik kreeg toen het idee voor een werkloosheid project, om mensen aan het werk te helpen, want er was niet veel werk in Groningen, toen. Er waren ook anderen geĆÆnteresseerd, we kwamen in de krant en er was beweging. Ik had ook een plan uitgewerkt, de kosten en baten uitgerekend, maar er kwam een hoeveelheid organische stof te kort in het geheel, want de opbrengsten verdwenen naar de klanten, en dat moest aangevuld worden. Het project was op grondslag van een biologische bedrijfsvoering, en er zou gewerkt worden op basis van arbeiders zelfbestuur, voor die tijd nogal progressief. Ik kwam dus in de berekening een hoeveelheid organische stof tekort, dus gingen we naar Provinciale waterstaat om te kijken of we daar slootmaaisel van konden betrekken. Maar die deden een ander voorstel, hier heb je 2 ha grond en ga maar composteren. De stichting had ook een verloop, deelnemers hadden werk gevonden, en zo kwam het compostbedrijf in beeld. We moesten geld zien te vinden omdat van de grond af te tillen. Het heeft een aantal jaren geduurd voordat dat rond kwam, maar het lukte, en het ging om veel geld. Er waren ook een aantal grote aandeelhouders in het spel, met hun eigen achtergronden. Maar het bedrijf, als B.V. is er gekomen. Naast provinciale waterstaat was ook Staatsbosbeheer een goede klant van ons, vogeltjesland was een natuurlijk gewas en was goed te composteren, naast sloot afval en riet. Maar de markt was er nog niet rijp voor. Nederland draaide op potgrond van veen, en daar kwamen wij niet tussen. Uiteindelijk heeft de VAM ons bedrijf gekocht, en is het bedrijf ' Tellus Natuurcompost' aan hun verkocht. Ik werd toen ziek, Stella wilde niet bij hun in dienst, en toen zijn we naar ons huis vertrokken om weer 'gewoon' te gaan leven. Ik werd ook 65 en ging met pensioen, en omdat ik ziek was werd Stella mijn verzorger. 

Maar toen kwam Portugal in het vizier, en daar zijn we naar toe gegaan, en daar ben ik nog steeds. Hier kwam het idee weer van de grond, om te gaan composteren. Maar omdat de omstandigheden hier totaal anders zijn dan in Nederland, moest we hier ook een ander manier van composteren zien te vinden. De lucht droogheid is hier heel sterk, en de compost dreigt bij het opstarten al te verdrogen. Dus afdekken is zeer belangrijk. De grond is goed, is in feite mineraalrijke grond, heeft alleen organische stof nodig om de bacteriƫn te voeden, om de plant te bedienen. Stella is overleden, ook al aan kanker, wie niet? En ik probeer het blog, de tuin, de kas en het composteren nog een tijdje vol te houden. De omgeving is rustgevend, en er wonen hier niet veel mensen, en nu, met de corona is dat wel zo veilig. Dit in het kort het verhaal hoe het met composteren is begonnen. Gewoon uit avontuur zucht, de uitdaging van buiten wonen, actief zijn in de natuur (voor die er voor zover nog is), en je eigen groente telen, en dat lukt me nog aardig:).

Hendrik.