.

.

maandag 16 mei 2022

Een leven gevuld met compost

    Een leven gevuld met compost

Het geheime recept van een Gronings kunstenaarsechtpaar
5 minuten leestijd
GAARKEUKEN - „Mijn hele leven is gevuld met compost. Laatst vroeg iemand mij of ik gedreven was. Eigenlijk denk ik daar niet zo veel over na, maar ik ben het wel". Stella van Rijn wordt bijna lyrisch als zij praat over compost. Samen met haar man Henk runt zij het gloednieuwe bedrijf "Tellus Natuurkompost BV". Aan de oevers van het Van Starkenborghkanaal maken zij daar de schoonste compost van Nederland.
De grondstof voor deze natuurlijke compost van Tellus is puur plantaardig materiaal, zonder giftige stoffen als lood, cadmium of andere zware metalen. Al het groenafval is welkom, mits het maar onbespoten is. De grootste huidige leveranciers zijn Staatsbosbeheer, Provinciale Waterstaat en enkele gemeenten. Zij brengen er het gemaaide gras uit bermen, riet en ander organisch afval. In plaats van te verrotten op de vuilnisbelt wordt het nu opnieuw gebruikt. Het mes snijdt zo aan twee kanten; minder afval op de vuilstort èn een compost op de markt „waar planten van smullen".
De ruwe grondstof wordt eerst bespoten met een mengsel van bacteriën, kruiden en etherische oliën en dan gaat de natuur aan het werk. Stella: „Je ontdekt gewoon een bepaalde globale gang van een bacterieproces. Daar speel je op in. De bacteriën fermenteren het materiaal. Het verrot niet, maar het verteert". Na anderhalve maand hebben de bacteriën hun werk gedaan en is de verwerking van het groenafval tot compost een feit. Het fijne van de "methode-Van Rijn" wil Stella niet kwijt. „Daar zeggen we niets van. We moeten onszelf beschermen. Eerst moeten we merkbekendheid en naamsbekendheid opbouwen. Nu zijn we nog heel kwetsbaar". Het exacte 'recept' blijft dus voorlopig nog een zorgvuldig bewaakt geheim.
Het resultaat van de inspanningen van de Van Rijns ligt buiten op een grote hoop te wachten op de klant. Die klant kan eigenlijk iedereen zijn, want de natuurzuivere compost is volgens Stella niet alleen geschikt voor commerciële tuinbouw, maar ook voor de begonia op de huiskamertafel en voor de eigen groentetuin. „Van kool tot conifeer", zoals de reclametekst op 25-literzak meldt.
„Groente die hierop wordt gekweekt, smaakt veel lekkerder", zegt Stella als zij een proeftuin met groenten laat zien. „Er zit gewoon meer smaak aan. Het is een prima alternatief voor de kweek van tomaten en komkommers en dergelijke op steenwol. Dan heb je tegelijk niet meer van die bergen afvalplastic". Op dit moment levert Tellus nog niet op grote schaal aan agrariërs. Op kleine schaal maken vooral ecologische boeren en tuinders gebruik van het product, de rest gaat naar particulieren. Tevens wordt een klein deel van de productie naar Duitsland geëxporteerd.
Kunstenares
Stella van Rijn was vroeger werkzaam bij het theater en beeldend kunstenares, terwijl haar man musicus en zwemleraar was. Hoe komt een paar met zo'n achtergrond in de productie van compost terecht?
Stella: „De theaterwereld bood op den duur te weinig om mijn leven te kunnen vullen. Het leven zo'n schijnwereld houd ik niet vol. Je kunt niet altijd een ander spelen, althans ik kan dat niet. We hadden wel veel lol, maar je kunt je leven er niet mee vullen. Ik heb behoefte aan iets concreets. Dat ligt altijd op het maatschappelijke vlak.
Op een bepaald moment ontmoetten wij een districtshoofd van de Provinciale Waterstaat. Die vertelde ons dat hij groen-afval gewoon naar de stortplaats bracht. Toen dachten we: laten we proberen daar iets nuttigs mee te doen. Je wordt geconfronteerd met een stukje maatschappelijke problematiek dat om een oplossing vraagt. Het heeft voor ons daarom heel duidelijk te maken met het begrip rentmeesterschap, met de behoefte om positieve dingen te doen. Als we dat kunnen, zullen we het niet laten. Voor het maken van schilderijen heb ik nu geen minuut tijd meer. Dat vind ik niet erg, de compost vult mijn hele leven".
Commercieel
De ontwikkeling van een idee naar een lopend bedrijf kostte de Van Rijns ongeveer vijf jaar. Stella: „Je bent er al jaren mee bezig, maar ineens zie je de mogelijkheid om het commercieel te maken. Je ziet er een markt voor. Op dat moment heeft het zin om naar financiële middelen te gaan zoeken om je ideeën te realiseren. Dat was in de loop van 1986".
Het zou tot 1988 duren voordat de financiering rond was en de allereerste aanloopproblemen overwonnen. Daarna kon het opbouwen van een goedlopend bedrijf met een eigen bedrijfscultuur beginnen. Nu werken er vijf mensen en volgend jaar hoopt Tellus een productie te halen van 10.000 kubieke meter. Maximaal kan het bedrijf 30.000 kubieke meter verwerken, dus wat de Van Rijns betreft hoeft de groei er voorlopig nog niet uit te zijn.
Stella vindt het ondernemerschap op zich al een uitdaging. Er moet van alles worden georganiseerd. Van de besturing van het logistieke proces tot en met het voeren van een pr-beleid. De Van Rijns laten zich niet afschrikken, integendeel, „dan begint het pas leuk te worden" stelt Stella nadrukkelijk. „Het is een uitdaging. Het nieuwe, het innovatieve om met een goed product op de markt te komen is heel uitdagend. We hadden ook patat kunnen gaan bakken of plastic bekertjes gaan maken, puur om geld te verdienen. Natuurcompost is echter een erg mooi, prozaïsch product. Ik heb er de grootste lol in dit de mensen in de maag te splitsen".
Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Leuk
Opmerking plaatsen
Delen

dinsdag 29 maart 2022

De droom.

 In mijn droom van afgelopen nacht, schrik niet; ik voelde mij dood gaan. Het was niet na een langdurig ziekbed, maar na een soort hart stoornis, zonder pijn. Ik voelde mij, als het ware, naar het hiernamaals glijden, maar zonder pijn. Ik zag een licht schijnen, waar ik mij naar toe bewoog, net als in het boek: Eindeloos bewustzijn, van Pim van Dommel. Hierin worden een aantal mensen genoemd die een ''Bijna dood ervaring hebben meegemaakt''.

De eerste die ik zag was mijn overleden vrouw, mijn Stella. We probeerden elkaar in de armen te vliegen, maar dat mislukte. Ik was tot geest geworden en zij ook. We vlogen door elkaar heen, keken om en doken weer op elkaar af. Maar keer op keer mislukte dat, ook al had ze kleren aan, dat maakte niet uit. En toen we bij elkaar bleven zweven, keken we elkaar aan, zeg maar van gezicht tot gezicht, en dat was het. We konden ook alleen maar naar elkaar denken, praten, zoals we in het gewone leven deden, was er niet meer. Wat me vooral opviel in dit soort overdracht van gedachten, was het feit dat Stella nog alleen maar denken kon tot aan het moment van haar doodgaan, daarna leek alles wel gewist. We bleven een vrij lange tijd met elkaar denken, maar het was steeds in het verleden. Na Stella kwamen mijn ouders, drie vaders en een moeder, en haar ouders, twee moeders en een vader. En daar achter weer mijn en haar groot ouders en overleden kinderen, en neven en nichten. Binnen de kortste keren waren we omringt met een hele familie, en werden we opgeslokt door aandacht van anderen, dan van onszelf. Ik kwam nog anderen tegen, maar óók die bleven herhalen over het verleden, en steeds in die vorm van gedachten. Er was geen geluid te horen, het was er oorverdovend stil en veel mensen in hun vroegere vormen en kleding, waaraan je kon zien uit welk tijdperk ze kwamen. Ze waren blijven steken in hun tijd dat ze overleden, en er kwam niets nieuws bij, want ook hun gedachten waren blijven steken in hun tijdperk. Hun denken en gedachten ging steeds terug naar hun tijd, en er kwam geen vernieuwing bij, want dan moet je een brein hebben. En dat was gestopt op het moment van hun overlijden. Ik probeerde nog Stella te vinden, maar die was, als het ware op geslokt in de massa, en ook daar, in die massa, was ik alleen en overgelaten aan mensen die alleen nog maar konden denken in en aan het verleden. Dit, terwijl het leven juist denken is in de toekomst, en het verleden als een soort van kielzog om op te sturen is.                                              

Ik werd gelukkig weer wakker in mijn bed, en in mijn tijd, en overdacht me, dat doodgaan en in dat hiernamaals terecht komen, ook niet alles is. Misschien is dan doodgaan toch gewoon beter. Want als je over geleverd wordt aan een dáár zijn, waar je overgeleverd wordt aan het verleden, zonder een toekomst, dan herhaalt het leven zich in een eindeloos durende cirkel, eeuw na eeuw.

Hendrik.

Een nieuwe droom.


Ik droomde dat ik van de overheid, een Off grit Tini woning kreeg, om de woningnood op te lossen, en mensen hun vrijheid weer te geven. Deze woning was van een materiaal, wat warmte absorbeerde en opsloeg, voor later gebruik. Tevens waren er zonnepanelen in verwerkt, waarmee je óók warmte opsloeg, maar ook licht en op kon koken. Als er behoefte was aan meer ruimte, kon een gedeelte uitgebreid worden, en was er geen verlies aan warmte, want het totaal werd groter. Ik kon er ook mee reizen, naar warme landen, en ook van de weg af, het vrije veld in. Ik kreeg ook een ondersteuning in een waarde die automatisch af en bij werd geschreven. Voorwaarde was wel dat ik, en met mij reizende gezellen, veganistisch moesten leven, en via landbouw coöperaties moesten reizen. De woning was voorzien van een systeem dat ik ook over water kon bewegen, een soort hovercraft, maar met een aandrijving die op energie liep, die opgewekt werd door beweging van wind, door het bewegen van de woning, eigen aandrijving dus. Toen ik wakker werd, zag ik het echt voor me. Een manier van leven die eigenlijk uit noodzaak ontstaan was, en die we alleen maar hoeven in te vullen.

Hendrik,  

Overweging.

Overweging.

Van morgen voor het eerst weer aan het wandelen, en al wandelend door het glooiende landschap, kwamen weer de herinneringen van mijn jeugd terug. Hoe wij in de bossen hutten bouwden van dennennaalden en mos, boven op takken, die we als spanten in de grond, hadden gestoken, om het geheel aan elkaar te verbinden. Wij woonden toen in Apeldoorn zuid, en waren elke woensdag middag, en zaterdag-zondag in die bossen buiten, en zwierven rond, met z'n drieën. Een meisje en drie jongens. Off grit kenden we niet, maar we leefden wel zo, in onze vrije uurtjes. Hutten bouwen, soms ook in de grond, soms boven, en onze voorbeelden haalden we uit boeken, hielden zwerf tochten en waren eigenlijk altijd op weg om dingen te ontdekken. Er werd ook veel gespeeld in die tijd. Meisjes touwtje aan het springen, waarbij het in en uit het springen gaan, best veel vaardigheid bij kwam kijken. Het touw draaiende houden, terwijl de meisjes van plaats verwisselden. Knikkeren, stuiteren, sleetje rijden (hardlopen met de slee, en er dan bovenop springen), kortom veel bewegen en veel buiten. Feitelijk ben ik nu teruggekeerd naar dat zelfde leven van buiten zijn. Mijn composttijd zit er nu op, wachten tot de hoop minder gaat broeien, en hem dan weer een keer omzetten. En dat alles in een landschap wat ik nauwelijks hoef te delen met anderen, en dát is wel spijtig. Misschien zou het beter zijn, die hele welvaart cadeau te doen aan anderen en weer terug te gaan naar het spelen. De spelende mens weer terug te laten komen in de natuur. Ik zag gisteren een advertentie van een camper die te koop stond voor 36000,- euro. Ik vroeg me af, hoeveel speelgenot je daarvoor kan hebben:-).

Hendrik.

Cor local

Cor local. Opeens sprong het in m'n hoofd, kleur lokaal, of, zoals in het Portugees, Cor local. Stella had exposities in de bibliotheek van het dorp, die ze Cor local noemde. Mijn stukjes ontstaan ook hier, op de boerderij, zijn gekleurd door het Portugese leven, wat ik hier leid, dus waarom niet met die naam, en zodoende. Ik eet de groente van de grond hier, die bestaat uit steenstof. De compost die ik zelf maak, komt van de grond hier beneden. Het gras en later het hooi, dient weer als grondstof voor de compost, en de compost dient weer om, als koolstof, de bacteriën te voeden met energie. Om daar wat kleur in te brengen, kwam in éénkeer naar boven, Cor local. Gisteren kreeg ik een hele waardering, voor mijn stukjes, van iemand die bijna niet leest, maar met mijn stukje had hij geen moeite, en dát vind ik een hele waardering. Ik schreef hem, dat ik het zelf zie als een stukje improvisatie. Hij vertelde mij dat ik wel een boek kon schrijven, omdat ik dichtbij de techniek van het dagelijkse bleef. Maar ik kan een boek niet aan, juist omdát een boek voor mij te lang is. Ik mis de vasthoudendheid om dat technisch en inhoudelijk op te brengen. Ik ben al blij dat ik deze woorden kan schrijven. Om terug te komen op het woord, Cor local en Off grid, leek het mij voor de hand liggend om die twee woorden met elkaar te verbinden. Ik gebruik wel stroom, maar als ik lees hoe men omgaat met batterijen, stroom voorzieningen, en zonnepanelen, dan is dat niet een direct terug naar de natuur, naar het groen van de boom, en het water van de beek. Je kunt natuurlijk, met allerlei techniek wel doen alsof, maar ik kom nog uit een tijd dat we kampvuren bouwden, daarop ook kookten, en sliepen in tenten, waar de vliegen vrij spel hadden, en de tent nog waterdicht moest worden door de regen. Het woord Off grid, kenden we ook niet. We noemden dat gewoon buiten, of gaan kamperen, en we deden dat op de fiets. Een stalen ros, of opoes fiets. We kregen dan havermout te eten, in de morgen, in de middag brood, en in de avond aardappels met groenten, het vlees moest je erbij bedenken, de jus soms ook:-). En buitenland was Verweggistan, daar waren oorlogen, en dan moest je de grens over, en daar moest je een paspoort voor hebben, nou, het kwam niet eens in ons hoofd op. Kleuren zagen we wel, vooral de bloemen langs de weg. Bermbeheer werd gedaan door een boer, die grond te weinig had, en trekkers met landbouw voertuigen bestonden nog niet. Het was net na de oorlog. Dat werd je ook ingepeperd, en aan herinnert. Maar die tijd is voorbij, en ligt veilig opgeslagen in m'n geheugen, maar soms kan ik het niet laten, om het naar voren te halen, in een stukje over ''Off grid'' en ''Cor local'':-). 

Hendrik.